GROTE ATLAS VAN DE VERENIGDE OOST-INDISCHE COMPAGNIE

 

DEEL II: JAVA EN MADOERA

 

 

Per 7 januari 2008 geheel uitverkocht!

 

 

Na alle media-aandacht bij de verschijning van het eerste en inmiddels uitverkochte deel in november 2006 (Atlas Isaak de Graaf/Atlas Amsterdam, in NOS-Journaal, landelijke dagbladen, vaktijdschriften) heeft de Grote Atlas van de Verenigde Oost-Indische Compagnie intussen wellicht geen uitgebreide introductie meer nodig. Niettemin, voor het geval u de aankondigingen toen gemist heeft, nog eenmaal heel in het kort:

 

bij onze uitgeverij Asia Maior/Atlas Maior verschijnt in de jaren 2006-2010 de zevendelige Grote Atlas van de Verenigde Oost-Indische Compagnie/Comprehensive Atlas of the Dutch United East India Company, waarin per regio een overzicht wordt gegeven van alle gebieden en plaatsen in Azië en Afrika die voor korte of langere tijd in bezit van de VOC waren of binnen haar invloedssfeer vielen. Deze monumentale tweetalige uitgave (Nederlands en Engels) komt tot stand in samenwerking met het Nationaal Archief, het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap en Explokart/Universiteit Utrecht en zal per deel worden uitgebracht in een eenmalige, beperkte oplage van maximaal 1600 genummerde exemplaren.

 

De serie wordt geheel samengesteld op basis van authentieke manuscriptkaarten, plattegronden en getekende topografische afbeeldingen in facsimile uit de VOC-tijd, afkomstig uit alle relevante openbare collecties in binnen- en buitenland. Daartoe behoren in Nederland onder meer het Nationaal Archief, het Rijksmuseum Amsterdam, het Maritiem Museum Rotterdam, het Nederlands Scheepvaartmuseum Amsterdam, de Universiteitsbibliotheken te Amsterdam (UvA), Leiden en Utrecht, het Koninklijk Instituut voor de Tropen, het Westfries Museum, de Centrale Bibliotheek Rotterdam, het Rijksmuseum voor Volkenkunde en de Atlas van Stolk. Bijdragende instellingen in het buitenland zijn, naast vele andere, het Arsip Nasional Republik Indonesia (Nationaal Archief van Indonesië), de Perpustakaan Nasional Republik Indonesia (Nationale Bibliotheek van Indonesië), de Sri Lanka National Archives, de Bibliothèque nationale de France, de British Library, het UK Hydrographic Office, de Library of Congress te Washington, de Österreichische Nationalbibliothek en de Bibliotheca Medicea Laurenziana te Florence. De afzonderlijke delen worden elk ingeleid met een wetenschappelijk teksthoofdstuk, waarin beknopt de geschiedenis in de compagniestijd van de desbetreffende regio binnen het octrooigebied van de VOC wordt behandeld.

 

Voor de technische uitvoering worden bij alle delen dezelfde specificaties gevolgd: genaaid gebonden uitgave; gelamineerd stofomslag, bedrukte en gelamineerde luxe schuifcassette; 400-432 pagina’s houtvrij 170-grams kunstdrukpapier; volledige kleurendruk; ca. 400-600 kaarten en andere afbeeldingen; afmetingen boekblok 56 x 40 cm; buitenafmetingen cassette 59 x 41,5 x 5,5 cm; totaalgewicht ca. 12 kg. En: voor alle delen geldt steeds een intekenprijs van € 295,- per deel t/m 31 december van het jaar van uitgave; daarna geldt de vaste winkelprijs van € 350,- per deel.

 

Op 30 november 2007 is inmiddels Deel/Volume II: Java en Madoera/Java and Madura van de Grote Atlas van de Verenigde Oost-Indische Compagnie/Comprehensive Atlas of the Dutch United East India Company verschenen. Dit eerste regionale deel in de serie biedt een nooit eerder getoond overzicht van het enorme bestand aan manuscriptkaarten, plattegronden, tekeningen en schilderijen van Java, het hoofdeiland in de Indische Archipel, en Madoera, dat door de vele Nederlandse en andere Europese landmeters, kaarttekenaars, zeevaarders, militair ingenieurs en kunstenaars uit de VOC-tijd en de eerste jaren nadien tot ca. 1820 is nagelaten.

 

Daartoe behoren in de eerste plaats tal van overzichtskaarten van Java en Madoera als geheel en van de grote gewesten die indertijd op de eilanden werden onderscheiden (Bantam, Batavia met Ommelanden en Buitenzorg, de Jacatrase Bovenlanden, de Preanger landen, Cheribon, Mataram c.q. de Vorstenlanden, Java’s Noord-Oostkust, de Oosthoek en Madoera). Deze zijn in Java en Madoera zoveel mogelijk in onderling verband en in chronologische volgorde gepresenteerd, zodat de lezer een goed inzicht krijgt in het historische verloop van de uitbreiding van het compagniesgezag op de eilanden. Bijzondere categorieën vormen hier de exploratiekaarten, de kaarten gemaakt naar aanleiding van de verschillende expedities naar de toen nog minder bekende delen van Java (onder meer de militaire campagnes in Midden- en Oost-Java in de jaren 1677-1721 en de karteringstochten langs de zuidkust tussen 1692 en 1739) en de hydrografische kaarten op kleine en middelgrote schalen van de overige kustwateren. Verder zijn er natuurlijk zeer veel detailkaarten en plattegronden van diverse aard, die op veel grotere schalen delen van gewesten, steden en kleinere plaatsen, forten en allerlei andere afzonderlijke gebouwen weergeven, vaak met een uitvoerige beschrijving en legenda. Uiteraard gaat het dan vooral om objecten die voor de Compagnie van direct belang waren, zoals militaire versterkingen (de atlas bevat bijvoorbeeld gedetailleerde plattegronden van de complete stadsomwalling van Batavia met alle bijna 30 bastions, poorten en voorwerken, van het Kasteel en van de buitenforten!), waterbouwkundige werken, werven en werkplaatsen, bestuursgebouwen, buitenplaatsen, hospitalen, e.d. Ten slotte is een zeer groot aantal originele topografische afbeeldingen opgenomen, dus handgetekende of -geschilderde aanzichten van landschappen, steden, forten, landhuizen en andere objecten op Java en Madoera ten tijde van de Verenigde Oost-Indische Compagnie, net als de kaarten ook weer samenhangend gegroepeerd naar regio, plaats en datering.

 

Onder die laatste nemen de ca. 150 tekeningen en aquarellen van de kunstenaars Johannes Rach en Hendrik Jacob Wardenaar een zeer speciale plaats in. Johannes Rach, van oorsprong afkomstig uit Kopenhagen, kwam in 1764 als kanonnier in dienst van de VOC naar Batavia en maakte daar een opmerkelijke carrière als ‘hoftekenaar’ van gouverneur-generaal Petrus Albertus van der Parra (1761-1775) en enkele van diens opvolgers. Van hem zijn honderden topografische tekeningen van stadsgezichten, forten, buitenplaatsen en landschappen uit verschillende delen van het handelsgebied van de VOC bewaard gebleven, waarvan in dit atlasdeel met betrekking tot Java en Madoera voor het eerst een compleet overzicht is gegeven. Rachs werk werd in zijn tijd al veelvuldig gekopieerd en verscheen als kopergravure ook op uitgebreide schaal in druk. Een voorbeeld is de prachtige, hieronder afgebeelde tekening van het Kasteel van Batavia, die omstreeks 1780 door de Nederlandse kunstenaar Hendrik Kobell jr. werd gemaakt naar een origineel van Rach. De grootste verzameling tekeningen van Johannes Rach, ca. 200 stuks, was voorheen in het bezit van het Bataviaasch Genootschap van Kunsten en Wetenschappen en bevindt zich thans in de Perpustakaan Nasional Republik Indonesia (Nationale Bibliotheek van Indonesië), die nu haar gehele Rach-collectie ter beschikking heeft gesteld voor reproductie in de Grote Atlas van de Verenigde Oost-Indische Compagnie! Geografisch gezien ligt het zwaartepunt in Rachs werk sterk bij Batavia, de hoofdzetel van het overzeese bestuur van de Compagnie in Azië en Afrika, en het omringende bestuursdistrict, de Ommelanden. Hendrik Jacob Wardenaar daarentegen, die zijn opleiding als landmeter volgde aan de befaamde Marine School te Semarang, was als topografisch tekenaar voornamelijk actief in Midden- en Oost-Java. In 1805 maakte hij daar in opdracht van gouverneur Nicolaas Engelhard van Java’s Noord-Oostkust gedurende een half jaar een rondreis om landschappen, stadsgezichten en bijzondere gebouwen op te nemen. De prachtige, nooit eerder gepubliceerde collectie van enkele tientallen aquarellen die daaruit voortkwam, tegenwoordig in het Nationaal Archief, is op enkele doublures na volledig gereproduceerd in Java en Madoera.

 

Een andere bijzondere bijdrage uit Indonesië aan Java en Madoera betreft de beschikbaarstelling van meer dan 100 kaarten en plattegronden uit het voormalige Landsarchief in Nederlands-Indië door het Arsip Nasional Republik Indonesia (Nationaal Archief van Indonesië). Die ruim 1100 stuks tellende collectie, in 1905 en volgende jaren samengesteld door de beroemde landsarchivaris dr. F. de Haan, heeft voor het overgrote deel betrekking op Batavia en Ommelanden en bevat tal van unieke, in Nederland zo goed als onbekende stukken, die nu voor het eerst worden gepubliceerd. Overigens geldt deze oververtegenwoordiging van Batavia en omstreken in wat mindere mate voor het nagelaten VOC-kaartenmateriaal van Java en Madoera als geheel, en daarmee onvermijdelijk ook voor dit atlasdeel. Batavia was nu eenmaal de hoofdzetel van het compagniesbestuur en de omringende gebieden kwamen al in een vroeg stadium onder direct gezag van de Hoge Regering, terwijl anderzijds de rechtstreekse bemoeienis met de Vorstenlanden en de sultanaten Bantam en Cheribon nog lange tijd relatief gering bleef.

 

Java en Madoera wordt kort ingeleid door dr. G.J. Knaap, aan de hand van een teksthoofdstuk in twee talen over de geschiedenis van Java en Madoera in de periode tussen de ‘Eerste Schipvaert’ van 1595-1597 en het herstel van het Nederlandse gezag na het Engelse tussenbestuur van 1811-1816. In het eigenlijke kaartendeel, pagina’s 22 t/m 431, wordt elk van de ca. 600 (ja, u leest het goed!) gereproduceerde kaarten, plattegronden en topografische afbeeldingen in uitvoerige tweetalige bijschriften beschreven en verklaard, waar nodig compleet met een transcriptie van de originele kaartinschriften en legenda’s. Alle kaart- en beeldmateriaal is op de hoogst mogelijke grafische kwaliteit gereproduceerd, bij een reuzen-beeldformaat per pagina van maximaal 52,5 x 37 cm!

 

Grote Atlas van de Verenigde Oost-Indische Compagnie/Comprehensive Atlas of the Dutch United East India Company. Deel/Volume II: Java en Madoera/Java and Madura.

G.J. Knaap e.a., Uitgeverij Asia Maior/Atlas Maior i.s.m. Nationaal Archief, Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap en Explokart/Universiteit Utrecht ; eenmalige uitgave november 2007, isbn/ean 978-90-74861-27-4.Introductieprijs t/m 31 december 2007 € 295,- incl. porto NL; prijs daarna € 350,- incl. porto NL.

 

 

 

 

Hieronder zijn bij wijze van voorbeeld enkele facsimile-reproducties van kaarten en tekeningen uit Java en Madoera opgenomen, met de tekst van de bijschriften zoals die verschijnen in de atlas.

 

Voor de complete inhoudsopgave van dit atlasdeel (pdf) kunt u hiernaast aanklikken.                    

 

 

 

 

 

 

Nationaal Archief, 4.VEL 380.

 

[Anoniem, ca 1682] :

[Anonymous, c. 1682] :

 

[Kaart van een gedeelte van de kust bij Bantam].

 

[Map of a part of the coast near Bantam].

 

Schaalstok van 40 Roeden = [ca. 1 : 1.100] [inzetkaart] 150 Rijnlandsche Roeden = [ca. 1 : 4.600].

Scale-bar of 40 Roeden = [approximately 1 : 1,100] [inset map] 150 Rijnlandsche Roeden = [approximately 1 : 4,600].

 

1 kaart + 1 inzetkaart : ms op papier, gekleurd, 96,5 x 141 cm.

1 map + 1 inset map : ms on paper, coloured, 96.5 x 141 cm.

 

Oriëntatie: het noorden is onder.

Orientation: north is below.

 

Tirtajasa (Tirtayasa). De neutrale titel uit de inventaris van P.A. Leupe (1867) geeft daarvoor geen nadere aanwijzing, maar deze fraaie kaart in vogelvlucht toont in feite een cruciale episode in de oorlog tussen de VOC en Bantam van 1682-1684: de landing van compagniestroepen onder veldoverste François Tack en de Ambonse kapitein Jonker op 26 oktober 1682 nabij Tanara in het oosten van Bantam voor de grote en beslissende aanval op sultan Agengs vesting Tirtajasa. De inzetkaart toont een plattegrond van dit zwaar versterkte paleis op ca. vijftien kilometer ten noordoosten van het tegenwoordige Serang, dat naar verluidt werd ontworpen door een tot de islam bekeerde Nederlandse adviseur van de sultan, Hendrick Lucasz Cardeel. Ageng verkoos het al jaren voor het begin van de oorlog als vorstelijke residentie boven het paleis in de stad Bantam en wordt daarom vaak aangeduid met de samengestelde naam Ageng Tirtajasa. De vesting werd op 29 december na harde strijd door Ageng ontruimd en op zijn bevel door de eigen troepen opgeblazen, waarna hij zich met een deel van zijn aanhang terugtrok in het zuidelijke bergland. Van daaruit zette hij de strijd nog bijna een jaar voort; na zijn overgave later in 1683 werd de oude sultan uiteindelijk naar Batavia overgebracht, waar hij tot zijn dood in 1692 gedwongen in het Kasteel verbleef.

 

Tirtayasa (Tirtajasa). The neutral title borrowed from the inventory of P.A. Leupe (1867) gives no further clue, but this fine bird’s eye map in fact shows a crucial episode in the 1682-1684 war between the VOC and Bantam: the landing of the Company’s troops under the command of General François Tack and the Ambonese Captain Jonker near Tanara in the east of Bantam on 26 October 1682, in preparation for the decisive attack on Sultan Ageng’s stronghold Tirtayasa. The inset map shows a ground plan of this strongly fortified palace situated about fifteen kilometres to the north-east of present-day Serang, which is said to have been designed by the Dutch advisor to the Sultan, Hendrick Lucasz Cardeel, who had converted to Islam. Years before the outbreak of the war, Ageng had chosen it as royal residence in preference to the palace in the city of Bantam and consequently he is often referred to by the compound name Ageng Tirtayasa. On 29 December, after a fierce resistance offered by Ageng, the fort was evacuated and blown up by his own troops on his orders, after which he and part of his retinue withdrew into the southern mountainous terrain. From there, he continued to pursue the struggle for almost a year; when he surrendered later in 1683, the former Sultan was finally taken to Batavia, where he remained under duress in the Castle until his death in 1692.

 

 

 

 

 

Österreichische Nationalbibliothek, Atlas Blaeu-Van der Hem 39:25.

 

[Johannes Vingboons, 1665-1670] :

 

[Aanzicht van het eiland Onrust].

 

[View of the island of Onrust].

 

Tekening met pen en penseel op papier, gekleurd, 57,5 x 88,5 cm.

Pen and brush drawing on paper, coloured, 57.5 x 88.5 cm.

 

Verso: ’t eijlant onrust leijt voor de stadt Batavia.

 

Het aanzicht van Onrust in de Atlas Blaeu-van der Hem door of uit het atelier van Johannes Vingboons is gebaseerd op een origineel dat dateerde van kort na de bouw van het eerste fortje op het eiland in 1656. Behoudens enkele semi-permanente optrekjes aan de oostzijde van het fort komt de voorstelling geheel overeen met die van Listingh op blad 182.

 

The view of Onrust included in the Atlas Blaeu-van der Hem by or from the studio of Johannes Vingboons is based on an original which dated from shortly after the construction of the first small fort on the island in 1656. With the exception of a few semi-permanent sheds on the eastern side of the fort, the representation tallies completely with that of Listingh on sheet 182.

 

 

 

 

 

Rijksmuseum Amsterdam, RP-T-FM-75.

 

H. Kobell, [1775-1779] :

 

[Casteel te Batavia van den Houtkap af te zien].

   [Batavia Castle as seen from the Timber Yard].

Tekening met pen en penseel op papier, gekleurd, 18 x 29 cm.

Pen and brush drawing on paper, coloured, 18 x 29 cm.

 

Hendrik Kobell jr. vervaardigde deze voorstelling naar een (kopie van een ) tekening van Rach die later onder nr. BW 5 deel uitmaakte van de collectie van het Bataviaasch Genootschap van Kunsten en Wetenschappen, met de titel Het Gezigt van het Kassteel van Batavia af te zien van de / Houijdkap na de Waaterpoort, me desselfs Werf en vierkans Poort. Deze tekening komt tegenwoordig niet meer voor in de verzameling van de Nationale Bibliotheek van Indonesië, evenmin als in de andere collecties van Rachs werk, zodat de kleine reproductie daarvan rechtsmidden overgenomen moest worden uit J. de Loos-Haaxman, Johannes Rach en zijn werk (1928). De Houtkap bevond zich pal ten noorden van het Kasteel aan de overzijde van de Kasteelsgracht. Men kijkt hier dus in zuidelijke richting op de Waterpoort tussen de bastions Saphier (links) en Parel (rechts, met laagbatterij), met rechts op de achtergrond de vlaggemast en enkele gebouwen op de Equipagewerf, bastion Culemborg, de Vierkantspoort en een deel van de Westzijdse Pakhuizen.

 

Hendrik Kobell Jr produced this representation from a (copy of a) drawing by Rach entitled Het Gezigt van het Kassteel van Batavia af te zien van de / Houijdkap na de Waaterpoort, me desselfs Werf en vierkans Poort (View of the Castle of Batavia seen from / the Timber Yard to the Water Gate, showing the Wharf there and the Square Gate), which was later to be part of the collection of the Bataviaasch Genootschap van Kunsten en Wetenschappen (Batavian Society for the Arts and Sciences; class mark BW 5). This drawing is no longer to be found in the collection of the National Library of Indonesia, or in any other collections of Rach’s work. Therefore, the small reproduction of it in the right centre must have been borrowed from the work by J. de Loos-Haaxman Johannes Rach en zijn werk (Johannes Rach and His Work, 1928). The Timber Yard was located due north of the Castle on the far side of the moat. Hence it is seen here looking in a southerly direction at the Water Gate between the bastions Saphier (left) and Parel (right, with the low battery). To the right in the background, the flagstaff and a few buildings on the Fitting-out Wharf, the bastion Culemborg, the Vierkantspoort (the Square Gate), as well as a few of the Western Side Warehouses can be glimpsed.

 

 

 

 

 

Nationaal Archief, 4.MIKO G1.27.

 

[H.J. Wardenaar, 1805] :

 

Gesigt van de Plaats, het Land en de Gebergten van Banjoewangie met de Straat te zien.

 

View of the Settlement, the District and the Mountains of Banjoewangi as seen together with the Strait.

 

Tekening met pen en penseel op papier, gekleurd, 53 x 74 cm.

Pen and brush drawing on paper, coloured, 53 x 74 cm.

 

In deze tekening laat Hendrik Jacob Wardenaar nogmaals zichzelf aan het werk zien, nu aan boord van een vlerkprauw in Straat Bali voor Banjoewangi. De blik is in zuidwestelijke richting, met links het plaatsje zelf en daarachter, iets landinwaarts, de ‘bandietenplaats’ Soekaradja. Midden en rechts ziet men de vulkanen van het Idjen-massief, van voor naar achter de Merapi, de Rante, de Pendil en de Raoeng. De smalle landtong die in JanTheunis Busschers kustkaartje boven voor Banjoewangi is ingetekend, verspert hier vanwege het noordelijke gezichtspunt niet het uitzicht op het plaatsje; geheel links is nog wel de uiterste punt ervan te herkennen.

 

In this work, Hendrik Jacob Wardenaar again shows himself at work, now on board an outrigger canoe in the Bali Strait off Banyuwangi. The view is in a south-westerly direction, with the township itself on the left and behind, a little farther inland, the bandietenplaats (penal colony) at Sukaraja. In the centre and to the right the volcanoes of the Ijen Massif (Pegunungan Ijen) can be seen, from front to back Merapi, Rante, Pendil and Raung. Given the northerly point of vantage, the small tongue of land which has been drawn in front of Banyuwangi in Jan Theunis Busscher’s small coastal chart above, does not obstruct the view of the township; its outermost tip can be glimpsed on the far left.