Grote Atlas van de West-Indische Compagnie. In de jaren 2006-2010 verscheen bij Uitgeverij Asia Maior/Atlas Maior, in samenwerking met het Nationaal Archief, het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap en URU-Explokart/Universiteit Utrecht, de Grote Atlas van de Verenigde Oost-Indische Compagnie*, die aan de hand van authentiek 17de- en 18de-eeuws kaart- en beeldmateriaal in zeven delen een totaaloverzicht biedt van de cartografie en topografie van alle gebieden die indertijd onder het octrooi van de VOC vielen. Gaandeweg de uitgave van de afzonderlijke delen kwam uit de vele reacties van het lezerpubliek steeds duidelijker naar voren dat na afronding van dit project een vergelijkbare hoogwaardige uitgave m.b.t. de West-Indische Compagnie (1621-1791) zou moeten volgen. De VOC-atlas bedekt immers maar de helft van het enorme gebied waarbinnen de Nederlandse overzeese expansie zich na het eind van de zestiende eeuw in zo’n opzienbarend tempo voltrok, terwijl na 1621 onder regie van de WIC in de Atlantische regio binnen twintig jaar nog een tweede maritiem-koloniaal imperium werd opgebouwd, dat in zijn - zij het korte - periode van hoogtij nauwelijks onderdeed voor dat in de Oost. Van Nieuw-Nederland en de Cariben tot de Goudkust, van Guyana en Brazilië tot Angola, overal aan de Amerikaanse en Afrikaanse kusten bezat de WIC omstreeks 1640 belangrijke bezittingen en vestigingen en was zij een geduchte macht ter zee. En net als bij de VOC ging die territoriale ontplooiing ook hier samen met de ontwikkeling van een eigen cartografisch bedrijf, waaruit in de loop der jaren een omvangrijk WIC-archief van land- en zeekaarten, plattegronden en topografische tekeningen van allerlei aard werd opgebouwd. Helaas is daarvan door diverse oorzaken in onze tijd veel minder bewaard gebleven dan in het geval van de VOC, maar als geheel is deze nalatenschap, mede dankzij enkele belangrijke collecties in het buitenland, bij het vooronderzoek in de afgelopen jaren toch uitgebreid en veelzijdig genoeg gebleken voor de samenstelling van een representatief en wetenschappelijk verantwoord historisch-cartografisch overzichtswerk. De opzet van deze Grote Atlas van de West-Indische Compagnie in twee delen is niet zoals bij de VOC-atlas gebaseerd op een regionale indeling van het octrooigebied, maar op het gegeven dat er in feite twee West-Indische Compagnieën zijn geweest. De Oude of Eerste WIC was bij de oprichting in 1621 overwegend bedoeld als militaire onderneming voor de strijd tegen de Spaans-Portugese vijand, waartoe zij door de Staten-Generaal gemachtigd werd de kaapvaart op schepen van de tegenstander te bedrijven en overzeese steunpunten en bezittingen van de Spaanse Kroon te veroveren. De ontwikkeling van een eigen handelsorganisatie kwam aanvankelijk op de tweede plaats, maar kreeg naderhand mede door de verwerving van territoriale koloniën in Nieuw-Nederland, het Caribisch gebied en Brazilië steeds meer betekenis. Na de beëindiging van de oorlog met Spanje in 1648 en enkele jaren later ook met het intussen onafhankelijk geworden Portugal bleek die nieuwe oriëntatie echter onvoldoende om de Compagnie zelfstandig als handelsonderneming te laten voortbestaan, met als gevolg dat in 1674 ten slotte het faillissement van de Eerste WIC moest worden uitgesproken. Direct daarop werd met vers kapitaal de Nieuwe of Tweede WIC opgericht, die zich onder het toegekende monopolie van de Staten-Generaal voor het Atlantische gebied uitsluitend richtte op de handel. In deze periode kreeg het berucht geworden systeem van de driehoekshandel vorm, waarbij via een keten van compagniesforten aan de West- Afrikaanse kust in ruil voor wapens en andere Europese producten naast goud vooral slaven werden verworven voor de verkoop in de Europese koloniën in de Amerika’s, vanwaar men vervolgens suiker en andere plantageproducten mee terugnam naar de Republiek. Anders dan de VOC echter behield de Nieuwe WIC het alleenrecht op de Nederlandse handel in haar octrooigebied maar relatief korte tijd. Al in 1738 werd het laatste monopolie opgeheven, waarna de Compagnie zich in de latere 18de eeuw in hoofdzaak toelegde op het beheer van de resterende Nederlandse bezittingen in Guyana en de Antillen. Bij het tweede en definitieve faillissement in 1791 vervielen deze ten slotte alle aan de staat. Het eerste deel van de Grote Atlas van de West-Indische Compagnie, Deel I: De Oude WIC, 1621-1674*, is verschenen in november 2011. Centraal daarin staan de beide grotere territoriale bezittingen die de Oude WIC in de Amerika’s verwierf, Nieuw-Nederland en Nederlands Brazilië, met daarnaast aandacht voor de Nederlandse Antilleneilanden, de vroege vestigingen op de Wilde Kust (Guyana) en de slavenforten op de kusten van West-Afrika. Het tweede, afsluitende deel zal in oktober/november 2012 worden uitgebracht. Vooruitlopend daarop volgt hieronder een korte beschrijving, die medio 2012 zal worden uitgebreid met onder meer een complete inhoudsopgave. Deel II: De Nieuwe WIC, 1674-1791 - verschijning oktober/november 2012 Het komende Deel II: De Nieuwe WIC, 1674-1791 is volledig gericht op de cartografische en historisch-topografische nalatenschap uit de periode tussen ca. 1670 en 1810 met betrekking tot de slechts vier regio’s in het Atlantische gebied die na 1674 nog deels of geheel onder beheer van de WIC bleven of kwamen. Dit betreft de zes Nederlandse eilanden in de Antillen (Sint Eustatius, Saba, Sint Maarten, Curaçao, Aruba, Bonaire), de koloniën Essequibo, Demerara en Berbice op de Wilde Kust (tegenwoordig Guyana), de kolonie Suriname, en de reeks Nederlandse forten en nevenvestigingen aan de Goudkust (in het huidige Ghana). Tussen deze vier regio’s onderling, en ook tussen de afzonderlijke gewesten daarin, komen bij het nog bestaande kaart- en beeldmateriaal grote verschillen in omvang en kwaliteit voor. Ten aanzien van de Antillen bijvoorbeeld, waarvan in totaal ca. 100 kaarten en topografische afbeeldingen worden opgenomen, zijn vooral veel kaarten en plattegronden van de diverse compagniesforten en kleinere verdedigingswerken bewaard gebleven, in het bijzonder voor de hoofdeilanden Curaçao en Sint Eustatius. Die maken het onder meer mogelijk in het komende atlasdeel een vrijwel compleet overzicht te geven van de stedenbouwkundige ontwikkeling van het versterkte Willemstad in de late 17de en de 18de eeuw. Bij de plantagekoloniën Essequibo, Demerara en Berbice, die tezamen eveneens met ca. 100 kaarten en andere afbeeldingen zijn vertegenwoordigd, overheersen de overzichts- en detailkaarten van de steeds groeiende cultuurgebieden langs de rivieren en in de kustlanden. Daarnaast zijn hier ook relatief veel grootschalige plattegronden en projectplannen bewaard gebleven van de (bescheiden) verdedigingswerken en van de beide hoofdplaatsen die hier aan het eind van de 18de eeuw werden ontworpen, namelijk Nieuw Amsterdam in Berbice (tegenwoordig New Amsterdam, de tweede stad van Guyana) en Stabroek aan de Demerara (de huidige hoofdstad Georgetown). Veel meer en inhoudelijk veelzijdiger 17de- en 18de-eeuwse kaarten, plattegronden en topografische afbeeldingen zijn beschikbaar met betrekking tot Suriname, dat in de latere WIC-tijd ook veruit de belangrijkste kolonie in de West was. In Deel II: De Nieuwe WIC, 1674-1791 zijn daarvan ongeveer 300 bijzondere handgetekende exemplaren opgenomen, die tezamen een uniek beeld geven van de koloniale ontwikkeling van Suriname vanaf de Nederlandse verovering in 1667 tot in de vroege 19de eeuw. Daarbij zijn natuurlijk tal van overzichtskaarten van de kolonie als geheel uit verschillende perioden, perceelkaarten van diverse plantages afzonderlijk en plattegronden van de forten Zeelandia, Nieuw-Amsterdam, Leiden, Braamspunt, Friderici en Purmerend, maar ook alle ruim 120 bladen van de eerste grootschalige topografische kaart van ‘het bewoonde en bebouwde gedeelte der Colonie Suriname’, die in 1787 werd samengesteld door de militair ingenieur J.C. van Heneman, en een volledige, doorlopende reeks van alle bekende manuscriptplattegronden van Paramaribo tot de grote brand van 1821! Van West-Afrika ten slotte is uit de tijd van de Nieuwe WIC weer veel minder kaart- en beeldmateriaal nagelaten, waaruit in totaal ca. 100 objecten zijn gereproduceerd in het komende tweede atlasdeel. Het gaat daarbij in de eerste plaats om een aantal overzichtskaarten van het gehele kustgebied tussen ruwweg Mauritanië en Angola, waarbinnen de nadruk vanzelfsprekend op de Goud- en Slavenkust valt, het enige deel waar de Compagnie toen nog vestigingen had. Verder zijn er vooral plattegronden, projectplannen en getekende aanzichten van de Nederlandse forten en kleinere posten op deze kust, onder meer Elmina, Coenraadsburg, Nassau, Crèvecoeur, Amsterdam, Vredenburg, Batenstein en Oranje, naast enkele kaarten van verkenningstochten in het binnenland. Nauw verbonden met deze laatste regio, maar evenzeer met de overige drie in West-Indië, was tot de opheffing van het laatste compagniesmonopolie in 1738 de transatlantische slavenhandel van de West-Indische Compagnie. Aan dit onderwerp wordt in Deel II: De Nieuwe WIC, 1674-1791 zowel in tekst als in beeld uitvoerig aandacht besteed, evenals aan de ‘illegale’ slavenvaart door vooral Zeeuwse particuliere handelaren - zogenoemde ‘lorrendraaiers’ - in de jaren voor 1738 en aan de ‘vrije’ Nederlandse slavenhandel in de periode nadien tot het eind van de 18de eeuw. De inhoudelijke en technische uitvoering van de Grote Atlas van de West-Indische Compagnie is in hoofdlijnen gelijk aan die van de eerdere VOC-atlas. Beide delen beginnen met een tweetalige (Nederlands en Engels) wetenschappelijke tekstinleiding in de geschiedenis van de WIC en van de compagniescartografie in het behandelde tijdvak. De aansluitende kaarthoofdstukken omvatten ca. 550-600 reproducties in facsimile op 170-grams houtvrij kunstdrukpapier met een bladformaat van 56 x 40 cm, die tezamen een representatief overzicht bieden van alle gerelateerde kaarten, plattegronden en topografische afbeeldingen uit de periode in kwestie, elk met een uitvoerig beschrijvend en verklarend bijschrift in het Nederlands en Engels. De Grote Atlas van de West-Indische Compagnie betreft vanzelfsprekend een genaaid gebonden uitgave, die per deel standaard wordt geleverd in een luxe bedrukte schuifcassette; inclusief deze laatste bedragen de buitenmaten ca. 59 x 41 x 6 cm, bij een totaalgewicht van ca. 12 kg per deel. En, heel belangrijk, ook ditmaal gaat het weer om een eenmalige, individueel genummerde editie in een beperkte oplage, die is vastgesteld op maximaal 1200 exemplaren. Gezien deze beperkte oplage (het eerste atlasdeel was binnen vijf weken na verschijning uitverkocht!) raden wij belangstellenden aan tijdig in te tekenen op Deel II: De Nieuwe WIC, 1674-1791; u kunt daartoe gebruikmaken van de bestelpagina op deze website. Indien de bestelde uitgave nog niet is verschenen, ontvangen voorintekenaars van Uitgeverij Asia Maior/Atlas Maior een schriftelijke bevestiging van hun bestelling(en). Deze geldt t/m 31 december 2012 tevens als bewijs van aanspraak op de gereduceerde inteken/actieprijs van € 295,- per exemplaar. Grote Atlas van de West-Indische Compagnie, Deel II: De Nieuwe WIC, 1674-1791. Henk den Heijer, Piet Emmer e.a., eerste druk oktober/november 2012, eenmalige genummerde oplage van max. 1200 ex., 420-440 pag., gen. geb., schuifcassette, 59 x 41,5 x 6 cm, ca. 12 kg, ca. 600 kaarten, plattegronden en topografische afbeeldingen in facsimile. ISBN/EAN 978 90 74861 00 7. Prijs t/m 31 december 2012 € 295,- incl. portokosten binnen Nederland, daarna € 350,-. * geheel uitverkocht
© Rijksmuseum Amsterdam