Grote Atlas van de West-Indische Compagnie, Deel II: De Nieuwe WIC, 1674-1791. Na zeven jaar de kroon op het werk: bijna 800 kaarten en tekeningen van Suriname, de Nederlandse Antillen, Essequibo, Demerara, Berbice en West-Afrika uit de tijd van de Nieuwe WIC bijeengebracht in één reuzenatlas! In 2006 begonnen Uitgeverij Asia Maior/ Atlas Maior, het Nationaal Archief, het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap en URU-Explokart/Universiteit Utrecht gezamenlijk aan een historisch-cartografisch uitgeefproject van een tot dan toe nog niet gekende reikwijdte: de publicatie, in de vorm van een wetenschappelijke atlas in negen delen op zeer groot formaat, van de complete nalatenschap aan handgetekende kaarten, plattegronden en topografische afbeeldingen van zowel de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC, 1602-1799) als de West- Indische Compagnie (WIC, 1621-1791). Medio november 2012 is in deze monumentale serie het negende en laatste deel verschenen, dat tevens de afsluiting vormt van de WIC-atlas, onder de titel Grote Atlas van de West-Indische Compagnie, Deel II: De Nieuwe WIC, 1674-1791. Deze bijzondere uitgave kan vanwege de nóg grotere omvang (472 pagina’s, bijna 800 merendeels nooit gepubliceerde kaarten en andere afbeeldingen!) en de inhoud (het eerste alomvattende overzicht in kaart van Nederlands West-Indië in de late 17de en de 18de eeuw) met recht gelden als de kroon op het werk in dit project. Centraal staan natuurlijk de beide gebieden die tot in recente tijd Nederlandse koloniën zijn gebleven, Suriname en de Nederlandse Antillen, die bij elkaar bijna tweederde van de atlas innemen. Aan de orde komen daar m.b.t. de cartografie van Suriname onder meer de opkomst en uitbreiding van het plantagegebied tot omstreeks 1800, de ontwikkeling van Paramaribo tot de Grote Brand van 1821, de aanleg van het Cordon van Defensie in de jaren na 1774, de bouw van de forten Zeelandia, Nieuw Amsterdam, Purmerend, Leiden en van de diverse kleinere verdedigingswerken, en de nog beschikbare originele kaarten van de jarenlange bittere oorlogen tussen de Marrons en de koloniale troepen. Bij de Antillen ligt de nadruk sterk op de twee hoofdeilanden Sint Eustatius en Curaçao; van de overige eilanden, Saba, Sint Maarten, Aruba en Bonaire, is uit de latere WIC-tijd relatief weinig kaartmateriaal bewaard gebleven. In het geval van Sint Eustatius gaat het vooral om kaarten en tekeningen in samenhang met de bloeiperiode van deze ‘Golden Rock’ als centrum van de (smokkel)handel met de Britse koloniën in Noord-Amerika in jaren zestig en zeventig van de achttiende eeuw. De kaarten, plattegronden en topografische afbeeldingen van Curaçao, lange tijd het centrum van de Nederlandse slavenhandel in het Caribisch gebied, hebben merendeels betrekking op het ontstaan en de groei van Willemstad vanaf ca. 1675 en op de aanleg van de militaire versterkingen langs de zuidkust, naast het hoofdfort Amsterdam onder andere de forten Beekenburg, Collenburg en Republiek. De twee regio’s die tezamen het overige deel van de atlas beslaan, zijn West-Afrika, waar de aandacht speciaal uitgaat naar Elmina en de andere vestigingen van de WIC aan de Goudkust (het huidige Ghana, deels Nederlands tot 1872) via welke eerst de Compagnie en na 1738 de particuliere Nederlandse handelaren het merendeel van hun slaven inkochten, en de drie voormalige plantagekoloniën aan de Wilde Kust ten westen van Suriname, Essequibo, Demerara en Berbice (Nederlands tot 1803/1814), die tegenwoordig de Republiek Guyana vormen. Tot de bijzondere kaarten van deze laatste behoort een aantal plattegronden van de vroege stedenbouwkundige ontwikkeling van de hoofdplaatsen Stabroek en Nieuw-Amsterdam, nu de hoofdstad Georgetown en de tweede stad New Amsterdam in Guyana. Elk van deze vier regionale hoofdstukken in de atlas wordt voorafgegaan door een historisch overzicht van de kolonie in kwestie gedurende de periode van de Nieuwe WIC en de eerste jaren nadien tot ca. 1815. Daarnaast worden in twee afzonderlijke hoofdstukken ter inleiding enkele van de centrale thema’s in de geschiedenis van de Nederlandse West tussen 1674 en het begin van de 19de eeuw behandeld, namelijk de opkomst en neergang van de heropgerichte West-Indische Compagnie, de Nederlandse transatlantische slavenhandel en de slavernij in de Nederlandse West-Indische koloniën. Afsluitend is een hoofdstuk opgenomen over de cartografie van de Nieuwe WIC, dat het gereproduceerde kaart- en beeldmateriaal in een breder historisch-cartografisch verband plaatst. De prijs van Deel II: De Nieuwe WIC, 1674-1791 bedraagt € 295,- per exemplaar, inclusief verzendkosten binnen Nederland (dit laatste alleen bij rechtstreekse bestelling bij Uitgeverij Asia Maior/Atlas Maior). ‘Vrienden van het Nationaal Archief’, KNAG-leden en houders van de Veteranenpas hebben recht op een korting van € 50,- per exemplaar, eveneens echter uitsluitend bij rechtstreekse bestelling bij Uitgeverij Asia Maior/Atlas Maior. Grote Atlas van de West-Indische Compagnie, Deel II: De Nieuwe WIC, 1674-1791. Henk den Heijer, Piet Emmer e.a.; Uitgeverij Asia Maior/Atlas Maior i.s.m. Nationaal Archief, KNAG en URU-Explokart/UU, eerste druk november 2012, isbn/ean 978 90 74861 00 7. Gen. geb. uitgave, 472 pp. fc op houtvrij 150 gsm kunstdrukpapier, ca. 800 kaarten, plattegronden en topografische afbeeldingen, tekst. Ned. en Eng., 56 x 40 cm, stofomslag, cassette, totaalgewicht ca. 12 kg. Prijs € 295,- incl. porto NL. Koninklijke belangstelling voor de atlasuitgaven van Asia Maior/Atlas Maior. Op 12 maart 2013 werd aan Prins Willem- Alexander namens het bestuur van het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap (KNAG) in Paleis Noordeinde de complete negendelige serie van de Grote Atlas van de Verenigde Oost-Indische Compagnie en de Grote Atlas van de West-Indische Compagnie aangeboden. De Prins en de voorzitter van het KNAG, prof.dr. Henk Ottens, tonen hier het afsluitende, in november 2012 verschenen deel van de WIC-atlas, II: De Nieuwe WIC, 1674-1791. © ANP; foto: Lex van Lieshout.  
© Rijksmuseum Amsterdam